dinsdag 8 augustus 2017

Zuurdesem brood bakken

Bakken van je eigen zuurdesem brood


Zuurdesembrood is tegenwoordig helemaal hot. Het is daarnaast ook nog eens supergezond. Het maken van zo’n brood klinkt vaak al als een uitdaging. Zuurdesem heeft lange tijd nodig om te ‘rijpen’. Het kneden en rijzen is intensief en lang werk. Dat kan het zijn, maar niet op de manier waarop ik mijn zuurdesem broden elke week bak. Ik ga hier dan ook alleen het recept uitleggen waarmee ik mijn broden bak. Er zijn hopen andere manieren om dat te doen, je vindt er legio op internet. Dit is mijn manier van bakken die ik me na veel uitproberen het beste bevalt. Met als resultaat lekkere, soepele en luchtige broden die heerlijk smaken.

Je begint uiteraard met het maken van een desem, maar als je dat eenmaal hebt en het is mooi actief, dan hoeft het bakken van een zuurdesem brood helemaal niet veel tijd te kosten.

Hoe bouw je je zuurdesem op?


Op internet vind je tal van recepten en manieren hoe je dat moet doen. Mijn recept: 
Ochtend dag 1: Meng 20 gram bloem/meel met 20 gram water.  Het maakt niet zoveel uit of je meel of bloem gebruikt, maar gebruik wel steeds hetzelfde, of een mengsel ervan, om de desem mee aan te vullen. Persoonlijk gebruik ik het liefst volkorenmeel voor mijn desem en ook om het brood te bakken.

Gebruik om het water af te meten een weegschaal en geen litermaat. Wegen is nauwkeuriger vandaar ook dat ik het water in grammen vermeld.
Neem een schone grote pot die je af kunt sluiten en laat het mengsel op het aanrecht staan. Het hoeft niet bij een kachel of in de koelkast, gewoon op het aanrecht is prima. De pot moet niet luchtdicht afgesloten worden omdat er gas vrijkomt bij het groeien, maar zorg er wel voor dat er geen vliegjes in kunnen komen. Je desem gaat groeien, dus die grote pot heb je echt nodig. 

Ochtend dag 2: voeg 20 gram meel/bloem en 20 gram water toe en meng alles door elkaar. Zet de pot weg.


Ochtend dag 3 en 4 doe je hetzelfde. Als het goed is zie je je desem een beetje tot leven komen. Er verschijnen belletjes op het mengsel en het kan nu rijzen, maar ook weer dalen. Dat dalen hoort erbij. Als je wilt weten of je desem heel actief is, kun je een elastiekje om het startniveau doen om te zien of het rijst en hoe hoog. Ook krijgt je desem een geurtje van fruit en biergist. Een beetje zoet-zuur.  Let er wel op dat er geen schimmel op komt te staan en werk steeds met schoon materiaal. Eenmaal geschimmeld moet je alles weggooien en opnieuw beginnen.

Ochtend dag 5 en 6 voer je bij als dag 2. Als het goed is heb je nu een behoorlijk actief desem en heb je 240 gram in totaal. Er zijn recepten waarbij je elke dag een deel moet weggooien van je desem, maar dat vind ik zonde en het is ook niet nodig. Je kunt het gewoon blijven aanvullen en helemaal gebruiken om je brood te bakken.

Is je desem nog niet erg actief, blijf dan voeren. Het mag niet smerig gaan ruiken, een beetje zoetig en zuur naar bier en fruit.

Ochtend dag 7 voeren we ons actieve desem nog een keer, maar dan met een andere hoeveelheid. Doe het eerst over in een grotere schaal die je af kunt dekken met een los deksel of een plastic badmuts. 
Je voert je desem nu met 130 gram meel/bloem en 130 gram water. In totaal hebben we dan 500 gram desem. Meng alles goed door en laat het een hele dag staan. Een actief desem heeft tussen de 8 en 10 uur nodig om goed te gaan borrelen en te groeien. 
Dit keer wachten we niet tot de volgende dag, maar gaan we ‘s avonds ons deeg mengen zodat we de volgende dag kunnen bakken. Als je te lang wacht zakt je desem weer in en dat willen we nu juist niet.


Het deeg


Avond dag 7: Je hebt nu 500 gram actief desem. Er zitten belletjes op, je ziet het misschien zelfs bubbelen en het ruikt naar fris fruitig bier. Je desem is er ‘s avonds klaar voor om gemengd te worden.

Weeg 400 gram desem af. 

De rest van het desem doe je in een potje met deksel (losjes erop schroeven). Zet het weg in de koelkast. Daar kun je het gemakkelijk een paar weken laten staan tot je weer wilt bakken. Na een week kun je het voeren (20-20), op het aanrecht laten staan en ‘s avonds weer in de koelkast zetten als je niet gaat bakken, maar dat hoeft niet. Je hoeft het ook niet door te roeren. Wil je bakken, laat het op temperatuur komen en voer dan bij tot de gewenste hoeveelheid. 
Neem nooit meer dan de dubbele hoeveelheid van wat er in de pot zit. 100 gram in de pot, dan voeren met maximaal 200 gram water en 200 gram meel/bloem. Minder mag wel, maar meer niet. Heb je meer nodig, verdeel het voeren dan over twee dagen. Houd er ook rekening mee dat je nog iets over moet houden voor de volgende keer.

Weeg 800 gram meel af.

Ik bak meestal met volkorenmeel, maar bloem of een mengsel daarvan kan ook. Zoals je ziet gebruik ik 1 deel desem op 2 delen meel. Zo worden mijn broodjes soepel en luchtig.

Voeg water toe


Nu komt het waterdeel. We gaan rekenen. Mijn ervaring is dat niet elke volkorenmeel soort dezelfde hoeveelheid water nodig heeft. Waar voor het ene merk (Markant volkorenmeel) 69% water volstaat heb je voor een ander (AH volkorenmeel) 77% nodig, of iets daar tussenin. 
Je moet vooral naar het deeg kijken, maar belangrijk is ook dat je weet hoeveel water erin gaat. Op die manier kun je heel gemakkelijk variëren met de hoeveelheid meel en desem en reken je nauwkeurig uit hoeveel water je voor een bepaald recept nodig hebt.
Bak je alleen met bloem, dan zul je merken dat je deeg natter blijft, dan volstaat het vaak al om 60% tot 65% water te nemen. Meel neemt meer water op en heeft 65% tot 77% nodig.

Je desem weegt 400 gram en bestaat uit 200 gram water en 200 gram meel. Je desem heeft dus 100% hydratatie zoals ze dat in bakkerstermen noemen. Ik ga voor dit recept uit van een hydratatie van 69%. (Markant volkorenmeel)

800 gram meel voeg je toe zodat je in totaal 1000 gram meel hebt.
1000 x 69% = 690 gram water

Hiervan trek je de 200 gram water af die al in je desem zit. Belangrijk, anders is je deeg echt te nat.
690 - 200 = 490 gram water dat je nog toe moet voegen aan je mengsel.

Voeg alles bij elkaar in een grote kom en voeg zout toe. Wij gebruiken weinig zout, dus voor mij volstaat 1,5 afgestreken theelepel zout. Het brood is dan helemaal niet flauw, maar dat is afhankelijk van je eigen smaak.

Het kneden kan beginnen. 


Hiervoor gebruik ik een kneedmachine (Kenwood). Je kunt het ook met de hand kneden, of een handmixer met kneedhaken gebruiken. Met de machine kneed je 10 minuten op de laagste stand. Met de hand moet je iets langer doorgaan tot je deeg mooi elastisch is.

Na het kneden ben je klaar voor deze avond. Dek je kneedkom af met een deksel of een douchemuts en laat het op het aanrecht staan. Als het na een paar uur goed is gerezen, dubbele hoeveelheid of meer, zet je het afgedekt in de koelkast. Daar zal het stoppen met rijzen of slechts heel weinig doorrijzen. Zorg er wel voor dat het niet uit kan drogen.
Dag 8: bakken
De volgende ochtend haal je je deeg uit de koelkast en laat je het een uurtje op het aanrecht staan om op temperatuur te komen. Vervolgens stort je het deeg op je schone werkblad, vouw het op tot een lange rol zodat je het kunt verdelen in twee of meer stukken.
Nu ga je de stukken een aantal keer vouwen en rollen totdat je merkt dat het deeg op spanning komt. Als je het even loslaat zie je het bewegen of groeien: het werkt, er staat spanning op. 

Het deeg is het klaar om te vormen. 


Vorm een bal of een andere broodvorm van je deeg en leg het apart of doe het in een vorm. Laat het deeg nu afgedekt met een schone theedoek of in een nog koude oven 20 minuten rusten. Als het wat soepeler is, zal je deeg wat eerder uitvloeien op een bakplaat. Je kunt er dan voor kiezen het in een broodblik af te bakken. Wil je het op de bakplaat bakken, vorm het dan nog een keer als het veel uitvloeit zodat er spanning op komt te staan. Niet meer kneden alleen maar vouwen en vormen.
De gevormde broden, of broodjes, laat je in totaal 2 uur rusten, minus de eerste 20 minuten. Na 2 uur zal je deeg behoorlijk gegroeid zijn, ongeveer verdubbeld in omvang. 



Het brood is klaar om gebakken te worden.


Om ervoor te zorgen dat je brood tijdens het bakken niet aan de zijkant openbarst, het rijst namelijk nog verder door de warmte, zet ik sneden op de bovenkant zodat het daar barst waar ik dat wil. Ik bak in een heteluchtoven die in niet van tevoren opwarm. Of je dat wel of niet doet, ligt een beetje aan je eigen oven. Het mag, ik doe het nooit.



Temperatuur op 180 graden (heteluchtoven, de temp voor een elektrische zal 20 gaden hoger liggen) Baktijd 1 uur in het midden van de oven. Direct na het bakken haal je de broden uit de oven of het blik en laat het op een rooster, afgedekt met een schone theedoek, afkoelen. Bij mij gaat het meestal aan het einde van de middag de kast in en het restant in de diepvries. Ik snijd de broden vooraf niet, dat doe ik pas als we ze gaan gebruiken.


Met deze samenstelling van deeg kun je variëren door bijvoorbeeld (zoutloze) noten, rozijnen of gedroogd fruit toe te voegen. Dan heb je meteen een heel ander broodje. Of je maakt van het ene brood een notenbrood en van het andere een gewoon. Meng dan bij de laatste kneding de noten, rozijnen, en/of fruit erdoorheen.

Wat als je deeg te nat is, maar het wel goed is gerezen?


Bak het af in een bakblik. In plaats van kneden, vouw en vorm je het een paar keer. Je kunt het tussendoor 20 minuten laten rusten en dan weer vouwen en vormen. Dit kun je een paar keer herhalen. Je zult dan merken dat het al iets steviger is geworden. Maar afbakken in een bakblik gaat ook prima met iets te soepel deeg.
Je weet nu dat je de volgende keer voor het eerste kneden een lagere hydratatie moet gebruiken met dit meel.

Wat als je deeg te droog is, maar wel goed is gerezen?


Voeg tijdens het vouwen met de hand voorzichtig wat lauw water toe en kneed het goed door totdat je merkt dat het deeg soepel en goed samenhangend wordt. Je weet nu dat je de volgende keer voor het eerste kneden een hogere hydratatie moet gebruiken met dit meel.

Met het AH volkoren meel heb ik de ervaring dat 69% te droog is. Na 8 minuten kneden, bij het mengen van het deeg, heb ik bij gebruik van dit meel dan ook in delen eerst 50 gram en daarna nog eens 20 gram water toegevoegd. Daarna heb ik het deeg nog wat langer laten kneden zodat al het water goed wordt opgenomen. Voor AH volkorenmeel gebruik ik dus in totaal 77% water = 770 gram op 1000 gram meel.
Omdat er per soort/merk aardig wat verschil in kan zitten, start je voorzichtigheidshalve met bv 65% hydratatie zodat het zeker niet te nat wordt. Water toevoegen kan altijd, extra meel doe ik eigenlijk nooit, zeker niet na de eerste rijs.


Het bakken uitstellen


Als je geen tijd hebt om ‘s morgens te bakken, kun je het proces ook uitstellen en afbakken als het jou uitkomt. Laat het deeg dan gewoon wat langer in de koelkast staan om het later af te bakken. Laat het niet langer dan 24 uur staan. Je kunt er ook voor kiezen het na de eerste rijs goed verpakt in de diepvries te bewaren. 



Smakelijk eten en veel plezier met het bakken van je eigen zuurdesembrood!

woensdag 12 juli 2017

Meelmot of motmug

Zelf brood bakken doe ik al heel lang. Inmiddels heb ik 2 broodbakmachines versleten en ben ik overgestapt op het zelf kneden met een Kenwood. Zoals waarschijnlijk veel thuisbakkers ben ik begonnen met kant-en-klare broodmixen, soms een zelfgemaakt gistdeegje. Ondertussen ben ik helemaal overgestapt op zuurdesem. Lekker, altijd bij de hand en helemaal niet veel werk. Maar daarover vertel ik in een ander blogje.
Vanwege het zuurdesem ging ik op zoek naar een alternatief voor het supermarktmeel. Helemaal na een programma te hebben gezien waarin verteld werd dat er in heel veel meelsoorten haar wordt verwerkt als broodverbeteraar. Jakkiebah, dat wil ik niet in mijn brood. Ik wil het zo puur mogelijk. Dus naar de molen.
Op mijn motorscooter, MP3, heb ik zodoende vele ritjes gemaakt naar een bakkersmolen bij ons in de buurt. Een betere reden om eens lekker te toeren had ik niet kunnen bedenken. Mijn desempje deed het prima op dat zelfgemalen graan. Tot het moment dat ik een verdacht beestje zag vliegen toen ik de afgesloten plastic bak waarin al dat biomeel zat, uit de trapkast pakte. Hmm, toch even in de gaten houden.
Zoals altijd maakte ik 's morgens het desem verder klaar en vul ik die 's avonds bij om het deeg tot de volgende ochtend verder in de koelkast te laten rijzen. Het meel in de zak zag er wat vreemd uit. Het leek wel alsof er aan de rand een spinnenweb zat waarin meel geplakt zat. Toch het deeg gemaakt en het restant van mijn desem weer in een klein potje gedaan.
Omdat ik het toch niet helemaal vertrouwde, vooral niet nadat ik 'iets' had gezien in het meel - ook met biomeel kan er van alles gebeuren - besloot ik het voor de zekerheid op te zoeken op internet. Meel en beestjes levert al snel de combinatie meelmot op. Ook de beschrijving van het pakkerige meel in een soort spinrag leek verdacht veel op wat er in mijn meezak zat. Jammer dan, maar ik ga geen brood bakken als ik weet dat er levende larven in kunnen zitten. De hele handel, meel, deeg en desem dus in de vuilnisbak geknikkerd. Met spijt, want nu moest ik weer opnieuw een desem gaan maken en had ik de volgende dag geen brood.

Die nieuwe desem leeft inmiddels al weer vele maanden en produceert elke week heerlijke broden. Het meel haal ik nu voortaan maar gewoon in de supermarkt, kleine hoeveelheden die in een goed afgesloten plastic bak gaan zodat ik het minste risico loop op meelmot. De paniek was gezakt, ik vond geen andere motjes of rare beestjes in de keukenkast en de trapkast.
Tot deze week. Daar zat er weer één op een keukenkastje. Een meelmot -dacht ik. Natuurlijk mep ik zo'n insect meteen dood. Anders dan bijen, wespen en spinnen zet ik een meelmot niet op diervriendelijke wijze buiten, met het verzoek niet meer terug te keren. Voorraad gecontroleert - ze kunnen zich namelijk een weg vreten door papier en karton heen - en nog scherper opgelet of ik nog meer van die bangmakers kon ontdekken. Jawel hoor, boven op de douchedeur. Voordat ik dit exemplaar naar de andere wereld hielp, heb ik hem eerst wat beter bekeken. En vervolgens ben ik nog een keer gaan zoeken op internet. Mijn meel was immers schoon, de kasten ook, waar kwam dat beest dan vandaan?
Nu blijkt mijn 'meelmot' een motmug te zijn. Kwestie van niet goed naar de plaatjes op internet kijken. Ook die eerste die ik maanden geleden zag en waarvoor ik al mijn biomeel had weggegooid. Nou ja, daarin zat wel dat spinsel, dus wellicht had daar toch iets in gezeten.

Een motmug komt niet zozeer op voedsel af, behalve dan als het vochtig genoeg is en in de badkamer ligt. Motmuggen leven namelijk in rioolputjes die niet veel gebruikt worden of op plaatsen met rottend afval in stilstaande water - dakgoten, bloempotten buiten, afvoerputjes. De exemplaren die ik in huis had gezien waren naar binnen geraakt zonder zich voort te kunnen planten, anders hadden we vast een explosie van die ongewilde gasten gekregen. Voor de zekerheid wel alle afvoeren doorgespoeld met heet water en soda, maar meelmotten zijn het beslist niet!

maandag 10 juli 2017

Heer in het verkeer

Zondagmorgen verwacht je het niet, maar toch gebeurde het. Twee 'heren' die luid schreewend tegen elkaar bezig waren over het feit dat de ene zijn knipperlicht naar rechts niet had aangezet, waardoor de ander langer moest wachten.
De afslaande meneer had wél zijn knipperlicht aan, constateerde ik voorbijfietsend, de wachtende niet.
Gesneden worden door een afslaande auto terwijl ik als voetganger toch echt voorrang had. Meneer met zijn hele gezin achterin de auto had kennelijk haast. Ik zag hem weer op de parkeerplaats van het winkelcentrum en wierp nog even een strakke blik in zijn richting om toch vooral te laten merken dat ik hem herkende. Hij mij niet.
Afsnijdende fietser op de stoep. Een hevig verontwaardigde man keek mij vuil aan omdat ik het waagde precies daar op de stoep te lopen waar hij net met zijn fiets langs wilde rijden. Op dat soort momenten ben ik een rots en blijf ik natuurlijk staan.
Het meest opvallende incident binnen een paar dagen tijd vond ik nog wel de oudere fietsende dame die doodleuk op de stoep het niet te missen spandoek passeerde - hangend aan een dranghek - DIT IS VOETGANGERSGEBIED. HIER NIET FIETSEN.
Omdat ik te voet was kon ik volgen waar zij heen ging: de supermarkt. Ik ook! Bij de ingang stond ik vlak achter haar. "Mevrouw, u hebt een bril en toch zag u dat bord niet."
Verbaasd kijkt ze achterom met een blik van: ken ik u?
"Het spandoek op de stoep ter hoogte van de bloemist. Daarop staat met koeienletters dat u niet op de stoep mag fietsen," verduidelijk ik.
"Ik ben slecht ter been." Om vervolgens met stevige pas verder te lopen om vooral uit de buurt van dat rare mens te komen.
Jammer dat ze niet 'zag' dat er naast die stoep ook een fietspad ligt.
Al die regeltjes, om gek van te worden, maar ze dienen een gezamenlijk doel: zorgen dat we in het steeds drukker wordend verkeer veilig onze weg kunnen vinden. Nu moeten we alleen nog een manier zien te vinden waardoor weggebruikers die daadwerkelijk gaan gebruiken.

vrijdag 19 mei 2017

Workshop

Kom een workshop volgen

Heel vaak krijg ik de vraag of ik ook workshops geef. De knoop is doorgehakt: die ga ik nu inderdaad geven. Niet in alles wat ik ooit heb gedaan of doe. Je kunt kiezen uit een workshop PAPIEREN KRALEN MAKEN en PAPIEREN ACCESSOIRES MAKEN VAN GEROLDE PAPIERSTROKEN.
In hoofdletters 😁 Inderdaad zodat daar geen misverstand over kan ontstaan. Een workshop schrijven probeer ik eens per jaar te geven, dus die laten we hier ook even buiten beschouwing.

Wat kun je verwachten van een workshop Papieren kralen maken:


  • Je leert hoe je stroken papier moet knippen om de verschillende vormen van kralen te kunnen krijgen.
  • Hoe en waarmee je het beste kralen kunt maken.
  • Hoe ze te bewerken: verf, lijm, vernis.
  • Hoe ze te verwerken tot een armband of ketting. Die maken we overigens niet per definitie, dat is alleen op aanvraag omdat het maken van de kralen zelf al heel veel tijd in beslag neemt.
  • Waarschijnlijk ga je naar huis met een aantal mooie, zelfgemaakte papieren kralen.

Wat krijg je te doen bij de workshop Papieren accessoires maken:

  • Je leert de stroken knippen, dikte en lengte te bepalen die nodig zijn voor een bepaald project.
  • Hoe en waarmee je het beste de gerolde papierstroken kunt maken.
  • Wat je er daarna mee kunt doen.
  • De afwerking van je project.
  • Je leert de beginselen zodat je al een deel kunt maken tijdens de workshop, maar ook hier geldt dat er behoorlijk wat tijd nodig is om de gerolde papierstroken te maken, zeker als je een groot project in gedachten hebt. 
  • Waarschijnlijk ga je naar huis met een klein schaaltje of een vaasje.
  • Het weven en vlechten van papierstroken wordt NIET behandeld tijdens deze workshop.

Waar worden die workshops gehouden?

  • Dat kan bij mij thuis in Roosendaal. Dan is het maximum aantal deelnemers 6 personen.
  • Dat kan bij jouw thuis. Dan is het aantal deelnemers afhankelijk van de ruimte die je hebt. (Max 50 km van Roosendaal vandaan)
  • Dat kan op een gehuurde locatie hetzij bij jou in de buurt of ergens in Roosendaal. Het aantal deelnemers is dan afhankelijk van de ruimte en mogelijkheden.
Natuurlijk zijn er ook kosten aan verbonden. Wat die zijn kun je terugvinden op mijn website. Ook kun je via de website vragen stellen over de workshops of de datums waarop dat mogelijk is.

Zin in een workshop met vriendinnen, familie of collega's? Kijk dan snel op mijn website.

Groetjes,
Jose Vriens




donderdag 20 april 2017

Wat kun je maken met gerolde papierstroken?

Gerolde papierstroken en wat kun je ermee?

Met oude kranten en tijdschriften kun je heel leuke dingen maken. En meer dan papier, een schaar, en prikker of breinaald, en lijm heb je niet nodig. In mijn blog op HeyLeuk leg ik uit wat je hiermee doet.
Om het nog duidelijker te maken heb ik ook een filmpje gemaakt zodat je precies kunt volgen wat je moet doen om zo'n leuk schaaltje of een ander schaaltje te maken.


Dit schaaltje is gemaakt door de stroken aan elkaar te lijmen bij het omhoog werken van de rand. 

In het filmpje, aan het einde, heb ik twee grotere cirkels gemaakt die niet gelijmd zijn. Hiermee ga ik een vaas maken. Persoonlijk vind ik het zonder lijm prettiger werken. Je gebruikt minder lijm en je handen plakken ook niet van boven tot onder. Zonder lijm moet je wel voorzichtiger te werk gaan omdat je cirkel gemakkelijker uit elkaar kan schieten.


Hierboven een foto van de nog onbewerkte vaas die hier nog uit twee delen bestaat. Als ik de losse delen van lijm en vernis heb voorzien, zodat de stroken niet meer verschuiven en uit elkaar kunnen schieten, verbind ik met een andere strook papier de twee stukken aan elkaar. Dat probeer ik zodanig te doen dat het niet opvalt als het project klaar is. Foto's hiervan volgen later.

Het is de bedoeling dat de vaas er zo uit komt te zien als hij op elkaar zit. Over een kleur heb ik nog niet nagedacht.


Hieronder het filmpje. 


Veel plezier met het maken van je eigen projecten!

Groetjes,
José

donderdag 6 april 2017

Werken met een lijmpistool

De rondjes van papier die ik had gemaakt, moesten ook aan elkaar worden gelijmd. Met gewone lijm duurt het vrij lang voordat het een stevige constructie wordt. Elk rondje moet je steeds ondersteunen omdat het anders loslaat. Wat weer betekent dat je lang moet wachten tot de lijm hard is geworden voordat je verder kunt gaan.
Op YouTube zie je vaak van die handige lijmpistolen waarmee je in no time zo'n leuke schaal van papieren rondjes in elkaar zet. Dus op zoek gegaan naar instructies. De voor- en nadelen bekeken van zo'n ding en uiteindelijk naar mijn favoriete semi-hobbywinkel gegaan. Een lijmpistool met genoeg lijmsticks was snel aangeschaft en is daar niet duur.
Het duurt bij dit model lijmpistool wat langer voordat hij is opgewarmd en de lijm is gesmolten. In de verpakking zaten twee sticks. De eerste was al vrij snel op omdat er in de instructies staat dat je in de trekker moet knijpen totdat er lijm uitkomt.
Juist. Dat ding werkt ongeveer hetzelfde als een kitpistool en duwt door te knijpen het patroon naar binnen. Het eerste smolt in het pistool, dus een tweede erin gestopt omdat er nog altijd geen lijm uitkwam. Daarna kwam er inderdaad lijm uit. Na even wat gerommeld te hebben met de lijm, werd het te laat en trok ik de stekker eruit. Over het resultaat was ik niet direct enthousiast. De tweede stick kwam er overigens zonder te zijn gesmolten weer uit. HIj had alleen de lijm er verder ingeduwd.
Omdat ik de vorige avond genoeg papieren rondjes had gemaakt, had ik voldoende om verder te gaan. Stekker in het stopcontact. De tweede lijmstick er weer in en wachten tot het pistool warm genoeg was. Daarna aan de slag gegaan met het lijmen van de papieren rondjes.
Cirkelmand gerold papier
Je moet wel heel erg snel zijn en alles klaar hebben liggen, want de lijm blijft lopen zelfs als je niet knijpt. Als de lijm eenmaal uit het apparaat is, wordt hij vrij snel hard, dus je kunt hem maar even goed gebruiken. Een fout herstellen zit er niet in, dan breek je meteen je rondje los. Ook trek je draden als je een dotje lijm ergens op hebt gedaan. Die ook weer snel hard worden.
Hij lijmt wel fantastisch! Zelfs na een paar minuten zit de schaal echt stevig in elkaar. Een nadeel is dat je niet iets even kunt herstellen, de lijm is echt binnen een paar seconden hard. Trek je iets los, dan plakt de lijm ook niet meer. En je ziet klodders en lijmdraden op je project. Dat is dan weer wat minder, maar vast een kwestie van oefenen. Je kunt de hard geworden stukken er voorzichtig af halen met een scherp mesje of een klein schaartje. De lijm die ik de vorige avond op een rondje had gedaan, kwam overigens ook zonder problemen los. Het rondje bleef heel ook al is het papier.

donderdag 30 maart 2017

Weven met papier

Van papieren kralen ben ik terechtgekomen bij gerolde papierstroken. Of wel: weven en vlechten met papier. Precies zoals je van riet of wilgentakken van alles kunt maken, kun je dat ook met gerolde papierstroken.
Wie heeft er als kind geen pijltjes gedraaid voor in de blaaspijp? Diezelfde methode gebruik je om lange smalle pijpen te maken. Met een lange satéprikker of een dunne breinaald (2,5) om ervoor te zorgen dat de buis overal even dik is, kun je al aan de slag. En lijm uiteraard om het papier aan elkaar te kunnen plakken als het gerold is. Het is anders dan bij de pijltjes nu wel de bedoeling dat de beide uiteinden niet veel van breedte van elkaar schelen zodat ze in elkaar te schuiven zijn en te verbinden om ermee te kunnen vlechten.
Gerold papier
Begin met het knippen van stroken. Kranten en tijdschriften zijn hier ideaal voor. Neem wel een dubbele pagina om een mooie lange buis te krijgen. Ik knip een krant in drie delen. Leg je breinaald of satéprikker op een hoek en begin te rollen. Probeer zo strak mogelijk te rollen zodat je een stevige gelijkmatige buis krijgt. Pas op het laatste puntje doe je wat lijm om het papier bij elkaar te houden. Meer is niet nodig. Haal nu voorzichtig de naald of prikker eruit en je eerste buis is klaar.
De hoek waarin je de prikker of breinaald legt is bepalend voor de lengte van de buis. En dit kun je dan gaan maken als je genoeg buizen hebt gerold:
Gevlochten mand
Vlechttechnieken ga ik hier niet uitleggen. Op YouTube vind je genoeg duidelijke voorbeelden die heel goed te volgen zijn. Zoek op ROLLED PAPER of WICKER PAPER BASKET dan gaat er een wereld voor je open wat je allemaal kunt maken van deze gerolde papieren buizen.
Wil je een stevigere buis die je bijvoorbeeld nodig hebt als opstaande buizen voor een mand? Gebruik dan in plaats van 1/3 van een krant de helft zodat je buis dikker wordt. De stroken zijn hoe dan ook verrassend sterk, zeker als je ze daarna nog bewerkt.

Platte papierstroken

Met bredere papierstroken, hiervoor gebruik ik breinaald nr 5, kun je dit soort schaaltjes maken. In plaats van vlechten rol je deze platgedrukte stroken in elkaar zoals je dat ook doet met papieren kralen. Je cirkel wordt steeds breder. Wil je omhoog gaan werken om een opstaande rand te krijgen, plak dan de stroken niet precies op elkaar, maar een stukje erboven zodat de rand steeds verder omhoog gaat. Je kunt er ook voor kiezen niet te lijmen, maar je schaal later voorzichtig met je vingers in model te duwen. Het gevaar bestaat wel dat de grote schijf die zo ontstaat gemakkelijk uit elkaar kan vallen, en dan moet je opnieuw beginnen. Ik heb de opstaande randen direct op elkaar gelijmd. De bodem niet, die heb ik eerst in model geduwd en later gelijmd.
Op internet vind je verschillende voorbeelden en ook verschillende technieken om de platte stroken te maken. Je hoeft ze niet per se te rollen, maar kunt ook stroken vouwen. Die methode vind ik zelf niet zo prettig omdat het papier bij het rondvouwen zich niet altijd even goed gedraagt en de neiging heeft om schuin te gaan. Misschien ligt dat aan mijn manier van vouwen, maar ik gebruik liever de gerolde bredere stroken en maak die plat met een gladde pen voordat ik ze gebruik.
Ook voor dit soort schalen, vazen en tal van andere dingen die je op deze manier kunt maken, vind je op Pinterest en YouTube (coiled paper) heel veel voorbeelden.

Afwerking

Hoe je ook begint en wat je er ook van maakt, je moet het nog afwerken om ervoor te zorgen dat het papier na het drogen van de lijm stevig genoeg is en blijft. Grote stukken kun je bewerken met behangplaksel zodat het behoorlijk stevig wordt. Niet te nat maken anders zakt je werk in, maar met een kwast de lijm verdelen over het oppervlak. De behanglijm kun je al vermengen met verf of witte hobby voorstrijk van bijvoorbeeld Action zodat je stuk meteen een kleurtje krijgt. Kleinere stukken kun je ook direct verven met acrylverf. Hiervoor gebruik ik hobbyverf, dus niet de verf die je gebruikt voor kozijnen!
Laat alles goed drogen voordat je de volgende laag aanbrengt. Ik bewerk de stukken na het verven met matte of glanzende hobby vernis om het nog steviger en spatwaterdicht te maken. Bovendien verkleurt de verf dan niet door de zon.
Veel plezier met rollen en het maken van je eigen manden, schalen, bomen, beestjes of wat dan ook!

P.s. Op mijn YouTube kanaal heb ik bij de afspeellijsten een aantal leuke en leerzame voorbeelden verzameld. Je vind ze onder rolled paper.